Als mijn theorie je niet bevalt, probeer dan mijn praktijk. Daar zul je meer baat bij hebben.”

Paracelsus 1493-1541

INLEIDING

Voor instellingen, verpleegkundigen, verzorgenden en mantelzorgers bied ik lezingen, workshops en training on the job in het methodisch verplegen van zorgvragers met een (langdurige) bewustzijnstoornis als gevolg van hersenletsel. Deze aanpak past zowel binnen de acute fase, de post-acute fase naast een eventueel VIN-programma, als in de langdurige fase. Met deze methode heb ik als verpleegkundige en trainer/coach 14 jaar in de acute fase gewerkt op de verpleegafdeling neurochirurgie van het RadboudUMC. Tevens heb ik met deelnemers van ‘EEN na Coma’ meegewerkt aan de beschrijving ‘Passende zorg aan mensen met langdurige bewustzijnsstoornissen’ van Vilans/Breindoc in opdracht van de hersenstichting.

VIN staat voor Vroeg Intensieve Neurorevalidatie

WAAR GAAT HET OM?

Verpleging en verzorging van mensen met langdurige bewsutzijnsstoornissen (LBS) is doorgaans intensief. Waar therapie zich beperkt tot hooguit enkele contactmomenten per dag, is het aantal contactmomenten voor verpleegactiviteiten veelvoudig. Die momenten zijn ook niet altijd planbaar. Dat heeft een ongunstige invloed op de rustmomenten. Wanneer de zorgvrager tussen de therapiemomenten verzorging nodig heeft, betekent dat onoverkomelijk dat de zorgvrager extra prikkels krijgt. Dat verstoort de balans tussen activiteit en rust. Het verplegend handelen, dat sowieso tot de toediening van prikkels leidt, stimuleert hoe dan ook de zintuiglijke waarneming. Vanuit dat besef worden verpleegactiviteiten en handelingen in deze methode zo uitgevoerd dat de prikkels die daaruit voortkomen aansluiten bij het niveau van functioneren en dat zij in lijn zijn met de therapie en/of revalidatie, en bijdragen aan comfort en veiligheid.

Wanneer de zorgvrager in staat is tot interactie met zijn of haar omgeving, verloopt dat ook niet altijd adequaat. Onrust en/of verwardheid kan de kop op steken en de verpleegsituatie bemoeilijken. Hoe bereiken we dan dat het individu binnen diens resterende lichamelijke, sociale en mentale mogelijkheden, ondersteund kan worden bij het vinden van een zinvolle aansluiting met de omgeving en de bedoelingen die de omgeving heeft? Vanuit deze methode zoeken we dan naar een zinvolle wisselwerking tussen iemands innerlijke en uiterlijke belevingswereld op een manier die aansluit bij het niveau van functioneren en dat in lijn is met de therapie en/of revalidatie en bijdraagt aan comfort en veiligheid.

Meer in de acute fase dan in de langdurige fase, kan het bewustzijn wisselend zijn. Dat betekent dat een plan van aanpak op het ene moment past, maar op een volgend moment niet. Het is dan voornaam om direct in te kunnen schatten wat dat van de benaderingswijze vraagt. Een ‘lange’ termijn handelingsplan heeft dan weinig zin. Vanuit de geboden methode kan men leren flexibel te schakelen om de verpleegsituatie te hanteren en te participeren op gedragsveranderingen. Wachten tot het over gaat is er immers niet bij.

Werken vanuit een individueel op de zorgvrager afgestemde methodiek brengt continuïteit in het verpleegproces en versterkt het therapeutisch klimaat. Dat vraagt om een methodisch gedoseerde aanpak en zelfbewustzijn van de hulpverlener, hetwelk steeds aan de orde is in elke vorm van educatie.

Methodisch werken geeft continuïteit en rust. Dat schept een therapeutisch klimaat, waarin lichamelijke, sociale en mentale oriëntatie bevordert kan worden.

Wezenlijk contact van mens tot mens vormt een belangrijke basis voor alle interventies, op grond van overzichtelijke, humane en best-practice based uitgangspunten binnen een helder holistisch mensbeeld.

DOEL

Het doel is om vanuit een heldere visie op de zorgvragen de zorg middels een vijftal verpleegplannen zo in te richten dat de interventies aansluiten bij wat iemand nog kan, met het oog op een eventueel herstel en het continueren van dat herstelproces tijdens de ADL.

Hiervanuit ontstaat tijdens de handelingen, die buiten de therapie om toch zullen moeten plaatsvinden, achtereenvolgens de mogelijkheid tot oriëntatie op lijf-en-leden, op de relatie met de omgeving en uiteindelijk op de relatie met zichzelf, zonder de zorgvrager te overvragen.

Deze methode sluit aan op paramedische therapie.

De vijf verpleegplannen volgen elkaar op en groeien daardoor mee met de ontwikkeling van het functioneren van de zorgvrager, ook bij terugval. Een absolute meerwaarde van deze verpleegplannen is dat individualiseren het uitgangspunt is.

  • De trainingen en workshops kunnen ingepast worden binnen gangbaar bij- en nascholingsbeleid.
  • Deze zorg kan worden geleverd binnen de bestaande financieringsmodellen zoals DBC-‘s en ZZP-‘s.

Een bak aan kennis, kunde, vaardigheden en vriendelijkheid.

Logopedist